Deze website serveert cookies bij de advertenties    |    Meer informatie    |    Geen melding meer: ik vind cookies OK

Wat is een faillissement?

Een faillissement is een algemeen beslag op het volledige vermogen van een schuldenaar ten gunste van alle schuldeisers tezamen (collectief verhaal). Met andere woorden: doel van het faillissement is het vermogen van de schuldenaar onder de gezamenlijke schuldeisers te verdelen.
Een schuldenaar kan failliet worden verklaard als hij ten minste twee schuldeisers heeft. Daarnaast geldt dat ten minste ťťn schuld onbetaald (opeisbaar) is terwijl deze wel betaald had moeten zijn.

Wat is het verschil met surseance van betaling?

Een faillissement heeft tot doel het vermogen van de schuldenaar volledig aan de gezamenlijke schuldeisers uit te keren: het vermogen 'houdt op te bestaan'. Een surseance van betaling is er juist op gericht het vermogen van de schuldenaar in stand te laten door hem uitstel van betaling te geven. Het kan dan ook eerder worden beschouwd als een poging een faillissement te voorkomen.
Doel van een surseance is de schuldenaar tijd en gelegenheid te geven zijn zaken op orde te krijgen zonder de hijgende adem van schuldeisers in zijn nek te voelen. Bij een dreigend faillissement kan een surseance van betaling dus uitkomst bieden. Echter, het op orde krijgen lukt lang niet in alle gevallen. Vandaar dat een surseance vaak wordt beschouwd als de voorbode van een faillissement.

Waar zijn de faillissementsregels te vinden?

De belangrijkste faillissementsregels zijn opgenomen in de artikelen 1 - 213 van de Faillissementswet. Deze wet trad in werking in 1895 en is sindsdien diverse malen gewijzigd. Men vindt er tegenwoordig ook de regels van twee aanverwante procedures: surseance van betaling (artikel 214 - 283) en de schuldsaneringsregeling voor natuurlijke personen (artikel 284 - 362).

Zie ook de pagina's over: surseance van betaling en schuldsanering natuurlijke personen.

Wie kan failliet verklaard worden?

Volgens de wet kan iedereen die een schuld heeft failliet worden verklaard, zowel rechtspersonen als natuurlijke personen. Bijvoorbeeld vennootschappen, stichtingen, verenigingen, maar ook minder- en meerderjarige personen.

Wie kan het initiatief tot faillietverklaring nemen?

Het verzoek tot faillietverklaring kan worden ingediend door de betrokkene zelf (dan spreekt de wet van 'aangifte'), door een of meer schuldeisers of door het Openbaar Ministerie. Daarnaast kan de rechter in bepaalde gevallen een faillissement uitspreken zonder dat er een verzoek is ingediend. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen wanneer iemand een verzoek indient om surseance van betaling te krijgen en dit verzoek door de rechter wordt afgewezen.

De gevolgen van een faillietverklaring

De gevolgen van een faillietverklaring zijn divers. De belangrijkste staan hieronder.
Faillissement - gevolgen & problemen

Einde van het faillissement

Een faillissement kan op verschillende manieren eindigen:

Flitsfaillissement of pre-pack & stille bewindvoerder

Vanuit de VS en Groot-BrittanniŽ komt de procedure voor het flitsfaillissement, ook wel pre-pack. Het komt er op neer dat de rechter-commissaris een stille bewindvoerder aanwijst die een faillissement voorbereid om zoveel mogelijk te redden, voor alle betrokken partijen. De bedoeling is een doorstart te maken. Dat kan met dezelfde eigenaar zijn.
Er zijn voordelen en nadelen aan deze procedure. Klanten of consumenten merken vaak niets van het werk van de curator waardoor er geen klandizie verloren gaat. Werknemers en vakbonden worden voor voldongen situaties gesteld. Dat is vervelend. De tegenwerping is dat bij een 'openbaar faillissement' alle onderhandelingen moeizamer verlopen met mogelijk meer nadelige gevolgen. Wanneer leveranciers lucht krijgen van problemen wordt er vaak al niet meer geleverd.
Waarschijnlijk worden de kosten die gemaakt zijn om de doorstart voor te bereiden gedragen door het oude bedrijf.
Ook bedrijven die leveren onder eigendomsvoorbehoud (omdat ze weten dat het slecht gaat met hun klant) kunnen achter het net vissen als het flits-moment erg kort is.
De pre-pack methode heeft nog geen wettelijke basis maar wordt steeds vaker toegepast.

Begrippen bij faillissement

Akkoord:

Na het faillissement bereikte overeenstemming met de schuldeisers waardoor het faillissement wordt beŽindigd en geen gerechtelijke vereffening hoeft plaats te vinden. Een akkoord moet door de rechter worden goedgekeurd (zie Homologatie). Omdat een akkoord dat door de meerderheid van de schuldeisers is goedbevonden kan worden opgelegd aan de minderheid van de schuldeisers wordt ook wel van een (gerechtelijk) dwangakkoord gesproken.

Boedel of failliete boedel:

Het geheel van rechten en verplichtingen van de failliet. De boedel omvat dus niet alleen alle rechten, maar ook de verplichtingen (schulden).
In het strafrecht heeft 'boedel' een andere betekenis.

Boedelschuld:

Schulden ontstaan door of na de faillietverklaring (faillissementskosten). Denk aan het loon van de curator, schulden uit overeenkomsten die de curator aangaat om het faillissement af te wikkelen, huurschulden ontstaan nadat het faillissement is uitgesproken. Boedelschulden staan feitelijk buiten het faillissement en moeten door de curator onmiddellijk worden voldaan.

Curator:

Gerechtelijk bewindvoerder, belast met het beheer en de vereffening van de failliete boedel. De rechten en verplichtingen van de curator worden bepaald door de wet. De curator wordt direct bij het vonnis van de faillietverklaring benoemd.

Failliet:

De rechts- of natuurlijke persoon die failliet is verklaard.

Homologatie:

Goedkeuring door de rechter van een akkoord dat door de failliet (curator) aan de schuldeisers wordt aangeboden.

Insolventie:

De boedel is in staat van insolventie als er geen akkoord met de schuldeisers wordt bereikt. De curator kan nu beginnen met de vereffening.

Rechter-commissaris:

Rechter die toezicht houdt op het werk van de curator (het beheer en de vereffening van de failliete boedel).

Vereffening:

De afwikkeling. Bij de vereffening worden de baten van de failliet te gelde gemaakt (bijvoorbeeld door verkoop van machines en voorraden) en wordt de opbrengst onder de schuldeisers verdeeld.

Verificatie:

Onderzoek naar de juistheid van een vordering. Alleen schuldeisers die bij de curator een vordering hebben gemeld die na onderzoek correct blijkt te zijn, delen in de opbrengst (als er iets te delen is).